Vogels voeren.

Toen een paar weken geleden gewaarschuwd werd tegen het voeren van vogels was dat heel terecht, want de vogels konden toen hun kostje nog wel bij elkaar scharrelen. In de bast van de bomen rondom Bennema zitten kleine kevertjes, spinnen en andere insecten, die de mezen, de boomklevers en –kruipers best kunnen vinden. Maar nu het echt wintert is de situatie heel wat nijpender en zal ik wat opschrijven over het voeren van vogels in de winter.
Het vriest dat het kraakt en er is aardig wat sneeuw gevallen. Daardoor is het voor de vogels wel moeilijker geworden. De vogelsoorten die ik hierboven noemde, vinden op de stammen van de bomen zeker nog wel het een en ander, maar nu de dorre bladeren ook nog onder de sneeuw liggen is het ook moeilijker onder die bladeren nog wat te vinden. Merels zijn daar trouwens wél heel bedreven in.
Ik zou zeggen probeer het eens met een zakje met pinda’s in een struik of met kleine dobbelsteentjes brood op de grond voor het raam. Maar u hebt vast ook wel gezien, dat een pikkende vogel niet anders doet dan pikken en opkijken of er ook gevaar dreigt. Na iedere pik kijkt hij even om zich heen. Het is dus handig om hele kleine stukjes te voeren. Dan nemen ze het mee naar een boom of struik dichtbij, om het daar in alle rust op te eten.
Grotere stukken, zoals hele boterhammen of kapjes van een brood, die zijn geschikt voor kraaien en roeken of voor de kauwtjes die we hier altijd om huis in de bomen hebben. Dan moet het brood wel midden op het gras gestrooid worden. Zo vlak bij huis onder de ramen dat is voor dit soort vogels niks gedaan. Het zou overigens best wel aardig zijn als er eens een half brood over schiet om eens te kijken wat er gebeurde wanneer dat op het grasveld belandde.
Veel van de kleinere vogeltjes doen zich nu al te goed aan de pindazakjes, die voor de grote ramen van het restaurant worden opgehangen door de medewerker, die in de diergaarde op de beesten past.
Zo’n zakje aan een vogelhuisje op een paal ophangen heeft geen zin. Daar durven ze alleen maar bij te komen wanneer er op een paar meter afstand struiken staan of een boom met een dichte kruin groeit. We weten immers hoe argwanend ze zijn: ze kijken na iedere hap om zich heen en willen dus een vluchtmogelijkheid dichtbij de voerplaats. En strooi dan kleine stukjes brood, die mee te nemen zijn.
Ik zou zeggen: veel succes met het voeren van de vogels !
Jaap Meijer J 2


