Turkije en Griekenland
Nu had ik altijd wel eens naar Egypte of Griekenland met vakantie willen gaan, maar door diverse omstandigheden was dat er nooit van gekomen. Gek, een bezoek aan Israël lokte mij niet aan, mogelijk ook door de vele onlusten. Toen stond er verleden jaar in ‘Twalûd’ een oproep voor geïnteresseerden betreffende een reis naar West-Anatolië (Turkije) en naar het eiland Patmos (Griekenland), zoiets als ‘In de voetsporen van de Apostelen Johannes en Paulus’.
Een eerste informatieavond werd gehouden in ‘De Hof’ en er kwamen zo’n 70-80 personen op af. Er werd een video vertoond van een reis naar West-Anatolië o.l.v. Ds Geke Westra en haar man Jan Boersma, die met een groepje studenten daar naar toe waren geweest. Enkele wanden waren voorzien van kaarten en op enkele tafels lag overig documentatiemateriaal. Enfin, globaal werd een schema toegevoegd met als extra een reisje naar het befaamde eiland Patmos. Dit alles nu sprak mij wel aan en heb in principe hiervoor gekozen.
Ook werden er nog enkele studieavonden in ‘De Hof’ gehouden, maar dat was meer Bijbelstudie, wel met een link naar de te bezoeken zeven gemeenten, zoals omschreven in Openbaring van Johannes hoofdst. 2-3 n.l.: Efeze, Smyrma, Pergamum, Tyatira, Sardes, Filadelfia en Laodicea. Deze studieavonden waren best pittig (voor een ouwe vent als ik) en niet direct om in vakantiestemming te komen. Niettemin, wel zeer aanvullend zoals de reis zich later voor onze ogen afrolde.
Er bleven uiteindelijk 38 reizigers over, waarvan wegens ziekte er een afviel, zodat wij uiteindelijk met 37 personen op donderdagmorgen 27 april 2006 in alle vroegte om 6.00 uur in de startblokken stonden. Ondanks dit vroege uur waren er de nodige ‘afduwers’ zoals (klein)kinderen, vrienden, maar ook Ds Riemer Praamsma en Sebastiaan Schippers (onlangs nog in Bennema State gepreekt). Voor een sympathieke prijs was door het PKN-reisburo een bus afgehuurd die ons naar Schiphol zal brengen. Overigens was DrieTourReizen uit Driebergen de ‘hoofduitvoerder’ van deze reis, want wij willen wel zo goed mogelijk alle risico’s uitbannen.
Toen de bus op het punt stond om te vertrekken, kwam Burgemeester Polderman binnenstappen (hij had de wekker dus ook vroeg moeten zetten!) met de mededeling dat het Hare Majesteit de Koningin behaagd had om onze medereiziger Jouke Douma te onderscheiden met de versierselen van Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, op grond van de vele verdiensten die Jouke had op gebied van kerkenwerk, vrijwilligerswerk en niet in het minst ook zijn huidige activiteiten bij Vluchtelingenhulp. De Burgemeester had ook enkele passende Bijbelse teksten in zijn toespraak verweven en dat sprak ons als Bijbelgetrouwen natuurlijk direct aan.
Het is overigens wel iets aparts: een Koninklijke onderscheiding uit te reiken in een touringcar! Veelal is de locatie het gemeentehuis, een dorpshuis, of bij de mensen thuis en was het niet vorig jaar dat Wil Lodewijk (ook medereizigster) op grond van haar vele verdiensten o.a. voor de ‘Vrienden van Bennema State’ ook door de Burgemeester een Koninklijke onderscheiding kreeg opgespeld hier bij ons in de Stateseal?
Alzo gingen wij op weg naar Schiphol met een select gezelschap van tenminste 2 die een Koninklijke onderscheiding mogen dragen. Wij, overigen, buigen deemoedig ons hoofd! Maar van alle kanten werd Jouke gefeliciteerd en zijn vrouw Gryt deelde mee in deze glorie. Ook zij is als organiste bekend regelmatig op Bennema State actief in de zondagse erediensten.
De vlucht naar Istanbul was gepland op 11.35 uur, wij waren ruimschoots op tijd, maar genoemde tijd liep wat uit en zo kwamen wij ca. 16.00 uur aan in Istanbul. Wel moest het horloge een uur vooruit gezet worden. Istanbul is een miljoenenstad, de ene keer hoorde ik spreken over 12 miljoen inwoners, de andere keer 14 miljoen. In één stad bijna net zoveel inwoners als in ons landje minus een paar dunbevolkte provincies! Het luchthavengebouw is ook immens groot, daar kan Schiphol zich wel een paar maal in omdraaien en dat hebben we op de terugweg gemerkt! En dan die veiligheidscontroles, je werd er flauw van en het geeft maar oponthoud; het lijkt wel of ze elk moment een terroristische aanslag verwachten. Maar beter zo, dan er met de pet naar gooien.
Voor het gebouw op een speciale plaats stond een bus geparkeerd met chauffeur (naam ontschoten) en een Nederlands sprekende gids. Beiden – op Patmos na – zijn ons steeds ten dienste geweest. En met veel vakmanschap, kon niet beter. Deze waren ingeschakeld via Renk Turizm, waar DrieTourReizen weer in bemiddeld had. Alles prima georganiseerd, petje af. De gids was een vrouwtje van naar schatting 25 jaar, die als 10-jarig meisje met broertjes en zusjes en ouders vanuit Nederland weer teruggekeerd waren naar Turkije.Maar ze kon zich prima in het Nederlands verstaanbaar maken, daar hebben we ons allemaal over verbaasd. Ze wist ontzettend veel uit het hoofd te vertellen en had flink aan voorstudie gedaan. Ze wist bijzonderheden te vertellen over heden en ook duizendjarige objecten die wij bezocht hebben. En de jaartallen stroomden uit haar mond. Haar naam was Ayla en onze herderin Geke heeft wat met haar afgebabbeld, daar ontstond een leuke band tussen die beiden.
We hebben achtereenvolgens gelogeerd in Hotel Nazar in Istanbul, Hotel Mysia in Dikili, Hotel Lyons River in Denizili en Hotel Sunday in Kusadasi. Het hotel in Istanbul was matig, maar de overigen naar mijn gevoel wel 3-4 sterren en op schitterende locaties. Ook de maaltijden zijn in Turkije heel anders dan bij ons, maar zeer gevarieerd en smakelijk. Ik heb niemand horen klagen over ontbreken van bloemige aardappels! Integendeel, het lopend buffet nodigde meermalen uit om nog eens met het bordje langs de uitgestalde producten te gaan. Nu had Ayla ons even gewaarschuwd: zodra het bord voor je leeg is, wordt het weggegrist, want men vindt in Turkije een smerig bord niet netjes ten opzichte van de gasten. Zo kan het gebeuren dat wanneer jij de laatste hap zit te vermalen er plotseling een hand voor je langs gaat om het bord weg te halen. In het begin schrik je wel even, later niet meer, een kwestie van gewennen en ze hebben een overvloed aan personeel; de horeca is een stevige bron van inkomsten.
In Turkije hoef je niet perse in Lira’s te betalen, Euro’s zijn meer dan welkom, want daar wordt wel wat mee gesjoemeld, je moet deksels goed uitkijken of iets geprijsd is in Lira’s of wel Euro’s. Een Lira is n.l. Euro 0,60. Drukwerk is hier bijzonder goedkoop en dat kan ik wel een beetje beoordelen met een vroegere grafische achtergrond, althans in mijn jonge jaren. Een setje harmonika-gevouwen ansichtkaarten van 10-12 stuks slechts 1 Euro. Daar koop je bij ons amper 3 exemplaren voor. Maar zoals gezegd, voor de rest moet je drommels uitkijken. Staat er een prijs op een bepaald artikel (duidelijk in Euro’s) dan weet je voor je zelf wel of het je waard is om dat te kopen. Maar o wee, wanneer er geen prijs op staat. Dan moet je pingelen, afdingen of hoe dat maar heten mag. Dat was velen onder ons bekend en het is ergens ook wel een sport. Zo had ik een wandbordje op het oog, die motieven had van afbeeldingen die ik eerder gezien had toen wij op excursie waren bij een tapijtfabriek. Je pakt zo’n exemplaar beet, tikt er tegen aan om de klank te beoordelen en doet net of je verschrikkelijk veel verstand van zo’n product hebt. De verkoper komt aangesneld en heeft nog de beleefdheid om te vragen of ik in Lira’s of Euro’s wil betalen. Euro’s dus. Haalt een zakrekenmachientje te voorschijn en tikt Euro 32 in. Ik trek een verontwaardigd gezicht, gooi mijn handen omhoog en loop langzaam naar de uitgang van de winkel. Verkoper achter mij aan en pakt mijn bovenarm vast met de vraag wat mijn bod is. Ik tik op dat machientje Euro 10 in. Nu is het zijn beurt om heel verontwaardigd te doen, maar zakt naar Euro 30, ik ga naar Euro 12 en uiteindelijk komen wij uit op Euro 20. Beiden tevreden. Mocht ik toch te veel betaald hebben, beschouw dat dan maar als een soort ontwikkelingshulp…….
Istanbul heeft mooie gebouwen, paleizen en moskeeën. Dit is de stad van Romeinse en Byzantijnse keizers en sinds 1453 van Ottomaanse sultans. We bezochten de Aya Sophia (tot 1453 een kerk, daarna moskee en sinds 1935 een museum), de Blauwe Moskee en nog een mooi gebouw. Aan beiden dus Aya Sophia en Blauwe Moskee is 5 en 7 jaar gebouwd. Het aantal minaretten wordt als zeer belangrijk beschouwd. Maar wat we binnen aan mozaïek (heel kleine gekleurde steentjes), schilderijen, fresco’s, tapijten, kroonluchters e.d. gezien hebben is met geen pen te beschrijven. Wat een schoonheid, om stil van te worden. En dan de grote bazaar die overdekt is, met een veelheid van artikelen: er is een straat met uitsluitend lederwaren, alleen met kleding, alleen met sieraden (die vooral!), maar ook huishoudelijke artikelen van hout en ijzer, kruiden en zaden, te veel om op te noemen. De verkopers staan meestal voor de ingang, waar bij hun op de stoep ook al het nodige te koop is, maar loop je naar binnen dan is er een zekere brutaliteit van weerskanten voor nodig om af te schudden. Kijken is niet altijd kopen!
Onderweg bij busstops precies zo: in een mum van tijd wordt je omringd door straatventers. Loop je naar wat kraampjes aan de kant van de weg, dan moet je je niet verbazen om in het Nederlands aangesproken te worden, want ze hebben deksels gauw in de gaten wie de aspirant-kopers zijn. Vader van Ayla is ook zo’n handeltje begonnen. Dan hoor je opmerkingen: ‘Ik ben goedkoper dan buurman’ of ‘Hier goedkoper dan bij de HEMA’ of Blokker, Zeeman al naar gelang ze wat in de aanbieding hebben.en wel zeer vasthoudend, bij het hinderlijke af.
Maar wat ik in de voormalige kerken, moskeeën en paleizen gezien heb aan Christelijke, Byzantijnse en latere kunst is wel zo mooi…… Wij hebben in Nederland duiven op de Dam in Amsterdam (of NS-station Leeuwarden!) maar duiven zijn er ook in grote getale in Istanbul en vliegen ook in de grote gebouwen rond. Ik was bezig een afbeelding van de Heilige Geest te bewonderen, toen er een duif langs vloog. Over symboliek gesproken! We zijn ook nog een eindje ondergronds geweest, de Cisternen, een watervoorziening, die via aquaducten en andere vernuftige pijpstelsels deze grote stad van water moeten voorzien. En wat te denken van de renbaan van keizer Constantijn; vroeger heette Istanbul immers Constantinopel? Natuurlijk ook een museum bezocht waar o.a. relikwieën uitgestald waren waaronder een zeldzaam kostbaar kistje met edelstenen bewerkt waarin enige haren van de profeet Mohamed in zaten, althans dat stond op het kaartje. En dan het zwaard van Mohammed, barstensvol met edelstenen. Het publiek – uit alle werelddelen afkomstig –vergaapten zich in eerbied aan al dat moois. Er was soms geen doorkomen aan en dan is het oppassen voor zakkenrollers!
Om al die benauwdheden te ontvluchten, hebben we ook een mooie boottocht op de Bosporus gemaakt en ondanks vrij druk scheepvaartverkeer ook nog buitelende dolfijnen gezien. Ben benieuwd of dat is onze groep nog op de film is vastgelegd, maar ze waren wel snel uit het zicht.
Dat was dus Istanbul en nu verder het echte werk. De oversteek met de ferry en onze bus over de Dardanellen het Aziatische deel van Turkije in om de resten van de ‘zeven gemeenten’ te bezoeken. Nu ligt dat in een gebied waar veel aardbevingen zijn geweest en waar het soms nog onrustig is. Soms wordt op de puinhopen gebouwd, soms even verder op, maar er werd veel materiaal wat nog bruikbaar was gebruikt, zoals stenen, pilaren en andere bouwmaterialen, die, al naar gelang de invloedssfeer ‘geleend’ werden. De ene keer werd een tempel, kerk, moskee etc. verwoest door oorlogen, de andere keer door aardbevingen, zodat bepaalde plaatsen o.a. Efeze wel op 6 verschillende plaatsen ge- en herbouwd werden. En iedere keer was het al naar gelang de politieke of godsdienstige beleving of van een groot tempelcomplex bijvoorbeeld 2 of 3 godsdienstige richtingen een vertrek in gebruik hadden, dus vreedzaam naast elkaar leefden, of een andere keer dat een tempel verwoest werd en een kerk hierop gebouwd, of een kerk werd vernield (soms gedeeltelijk) en tot moskee gebouwd.Dit is nu echt voer voor archeologen, want bij opgravingen komen zij van alles tegen……
Maar voor de 7 gemeenten bezocht werden, hebben we ook Troje aangedaan, kompleet met een replica van het paard, die als een soort turfschip van Breda soldaten naar binnen smokkelde en zo de stad veroverden.
De volgorde van de bezochte 7 gemeenten ben ik uit het oog verloren. Na Troje is dat waarschijnlijk Pergamum geweest, zuidelijk van Troje dus, want Troje ligt ruwweg in de noord-westpunt van Aziatisch Turkije. ‘s Avonds hadden wij altijd een dagsluiting in een ontmoetingsruimte van het hotel waar wij verbleven. Deze dagsluitingen werden door enkele deelnemers uit de groep en Ds Geke Westra verzorgd. Op 29 april 2006 hadden wij ’s avonds tevens de gelegenheid met oranjebitter zoiets als Koninginnedag te gedenken, want overdag was er zo veel te zien en dan kom je ’s avonds pas tot besef wat voor dag het ook weer was. Zo werd 4 en 5 mei ook even aangeroerd. Natuurlijk werd er via de mobieltjes wel met het thuisfront contact gehouden en werd met spanning het ziekteverloop van Dhr. Breimer gevolgd, wat Goddank toch nog gunstig verlopen is. Maar het zijn wel spanningsvolle momenten.
Bij alle bezochte 7 gemeenten stonden wij op een cruciaal punt in een kring om Ds Westra heen en las zij het betreffende Schriftgedeelte uit Openbaring van Johannes. Dat geeft wel een andere dimensie, dan wanneer je thuis bij de tafel dit leest, maar nu met het besef dat dit bijna 2.000 jaar geleden de oorsprong was. Ook een marmeren plaat gezien met Hebreeuwse inscriptie, zodat synagogen (althans volgens jaartal 1629) nog in gebruik waren in dit overwegende Moslimgebied.Zoals eerder gezegd, de juiste volgorde is mij min of meer ontgaan, maar zijn in elk geval in Smyrma en Pergamum geweest. Het Hotel in Dikili lag aan zee en had een eigen zwembad. Na ook een excursie bij een onyxzagerij-slijperij-polijstinrichting gezien te hebben, waren we ca. 18.00 uur op de uitvalsbasis en dat zwembad lokte enkele dapperen uit de groep. Ik hoorde nogal wat kreetjes, die meer te maken hadden met de lage temperatuur van het water, ca. 15-17 graden, dan van verrukking. Op 50 meter afstand lag de zee, dus wie heel fanatiek bezig wilde zijn……
Weer eens onze koffers pakken en op naar Denizli, waar wij de 3 gemeenten Thyatira, Sardes en Filadelfia zullen bezoeken. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen, dat verschillende ruïnes veel op elkaar lijken, zodat mijn verslaggeving niet altijd correct is. Sardes had nog vrij gave overblijfselen en mooie kunstuitingen die de eeuwen getrotseerd hebben. Steeds op een passende plaats, op een passend moment werden toen de 3 gedeelten uit de Bijbel van de Openbaring van Johannes gelezen.
Enkele tempels waren gewijd aan Asklepion, voor artsen niet een onbekende naam. Er waren thermische baden waar de Romeinen meesters in waren om die te exploiteren. Immers in Duitsland en Engeland vinden we ook thermische baden die de Romeinen aangelegd hebben. Een tapijtfabriek bezocht, waar zowel uit wol, linnen en katoen tapijten werden vervaardigd. Ook het spinnen, twijnen en verven gezien. En dan die meisjes en jonge vrouwen met razende snelheid achter de weefgetouwen, heel apart om dat als voormalig Enschedeër (geboren en getogen in deze bijna voormalige textielstad), nu op andere niet machinale wijze zien hoe de tapijtproducten ontstaan. Vooraf kregen we van de directie koffie, thee of een alcoholische versnapering aangeboden. Na de demonstraties was er uiteraard gelegenheid om iets te kopen. Het is mij ontgaan of in onze groep nog kooplustigen waren.
Weer eens de koffers pakken en op naar Kusadasi, maar onderweg bezoeken we eerst Efeze. Vroeger lag deze plaats aan zee, maar de laatste overblijfselen, 5 of 6 keer door een aardbeving getroffen, liggen meer landinwaarts. Paulus heeft de Grieks-Romeinse stad Efeze bezocht. Hier stond ook de beroemde tempel van Artemis, een van de zeven wereldwonderen. En hier werd in het jaar 431 het Concilie gehouden. De ruïne van het kerkje is er nog. Het is een prachtige opgraving, waar je indruk krijgt van een grote stad in de oudheid. Natuurlijk het theater bezocht dat we kennen uit Handelingen 19 en waar het volk opgestookt werd en de mensen riepen: ‘Groot is de godin Artemis van Efeze’. De resten van deze arena boden nu nog aan duizenden mensen plaats en terwijl wij op de stenen banken plaats namen, daalde onze predikant af tot ze op het veld stond en uit de Bijbel las: ‘Schrijf aan de engel van de gemeente Efeze….’ Hoewel ze op vrij grote afstand stond, was de akoestiek verbazend goed. Dat wist men in vroeger eeuwen toch wel toe te passen. In een flits was engel Geke even voor mij een echte Engel, ook hoe zij zich om deze Bennemaganger bekommerde. Grappig was ook, dat in deze omgeving veel ooievaars te zien (en te horen door klepperen) waren. Er was een moskee met een afgeknotte minaret (puntmuts bedoel ik), waarop een paar luidsprekers opgesteld waren voor oproepen tot gebed. Deze oproepen hebben wij meermalen gehoord, een afgrijselijke onmuzikale manier van oproepen! Desondanks was er een ooievaarsnest te zien met zo nu en dan een ooievaar er op. Volgens overlevering was er ook het huisje te zien waar Maria haar laatste levensjaren doorgebracht zou hebben. Heb persoonlijk zo mijn twijfels wat deze overlevering betreft en is na al die aardbevingen de reconstructie wel juist? Enfin, in elk geval een toeristische trekpleister.
Nu had ik aan alle excursies meegedaan, maar voelde wel dat er een rustpauze ingelast moest worden. Men kon aan verschillende uitstapjes van een paar uur naar keuze deelnemen. Jelle echter, verkoos achter een groot glas bier op een rustig lommerrijk plekje eens een Nederlandse krant te lezen die daar zowaar te koop was. Maar mij is gebleken dat je best een poosje zonder TV en krantje kunt leven en ook hier kunnen we spreken van: ‘Er is niets nieuws onder de zon’ en zo is het maar net.
De voorlaatste dag gaan wij met de bus naar de haven van Kusadasi, een luxe badplaats met eigen zeehaven. Ook ons hotel heeft zowel een eigen zwembad, als doorloop naar zee. Eerder opgemerkt dat hotel Istanbul matig was, maar de overige drie verdienen alle lof. Het werd wel een dag met een gaatje: de afvaart naar Patmos was gepland om 7.30 uur dus voor de meute dit tijdstip kon realiseren, moesten we wel gewekt worden. Via de telefoon, uiteraard, daarom zitten we niet voor niets in luxe hotels! Er was voor ons als pelgrimgangers een afzonderlijke boot afgehuurd (weer door Renk Turizm) en hadden ruimte te over. De overtocht duurt plm. 4 uur, dit keer met een dwarse zeewind. Op de achtersteven van de ‘Kusadasi Express’ een kanjer van een Turkse vlag, maar zodra wij de Griekse territoriale wateren binnenvoeren, werd een iets kleinere Griekse vlag in de hoofdmast gehesen. De spanningen tussen de Turken en Grieken zijn niet meer zo heftig als ten tijde van de Turkse inval in Cyprus. Maar Patmos is een zeer lieflijk eilandje, ongeveer 3.000 inwoners, en dat zijn in het hoogseizoen ongeveer 15.000 wat wij op onze Waddeneilanden ook wel gewoon zijn. De totale oppervlakte is te vergelijken met ons Vlieland, zo’n 40 vierkante KM. De oppervlakte is wel veel grilliger en dat heeft tot gevolg dat er schitterende baaien zijn met echt blauw water.
Het hoogste punt van het eiland had als blikvanger een klooster, die er als vesting uitzag. De (speciaal afgehuurde) bus bracht ons tot bijna het hoogste punt, maar op een gegeven moment was het traplopen geblazen ,wat bepaald niet mijn hobby is, integendeel. Maar sterke mannen en vrouwen beschermden zich over de enigste Bennema-afgevaardigde en zo is het toch nog goed gekomen. Vroeger werd Patmos vaak overvallen door piraten, maar het klooster zag er zo dreigend vestingachtig uit, daar waagden die badgasten zich niet aan. Nog steeds is dit klooster als zodanig in gebruik bij de Grieks-orthodoxe kerk, met Byzantijnse en Russische invloeden. Een gedeelte is in gebruik als museum, met kunstschatten die ook echt schatten waren.
Johannes’ grot gaf ook nog wel wat klauterpartijen. Binnen was geprobeerd om alles zo natuurgetrouw na te bootsen. Of de werkelijkheid zo was? Bij een souvenirstalletje een imitatie-icoon gekocht, voor een niet gekke prijs in Euro’s, want Griekenland is ook bij de Euroclub aangesloten.
We verbleven zo’n 4,5 uur op het eiland en toen weer de terugtocht van plm. 4 uur, een knap lange dag. Aangezien de wind en golfslag tegen de zijkant van de boot sloegen, ontkwamen bovendekse passagiers niet zo nu en dan aan een sproeiregen, maar een nurks die daar op let. Sommigen lieten zich helemaal niet zien op het bovendek maar verkozen het benedendek op comfortabele banken. In de territoriale wateren van Turkije werd weer vlug de Griekse vlag van de mast gehaald.
Zaterdag 6 mei 2006, de laatste dag. De koffers moesten om 6.40 uur op de gang van de hotelkamers staan en werden door personeel naar de bus gebracht. Wij vertrokken vanuit Kusadasi naar de vlieghaven van Izmir. Daar ging het vrij vlotjes, ongeveer als op Schiphol maar namen eerst hartroerend afscheid van Ayla en de zeer kundige chauffeur. We hebben samen met hen zo’n 1.250 km gereden. Hoe lang zouden Johannes en Paulus hierover gedaan hebben? Maar zij moesten onderweg ook nog preken……
Wij vlogen met Turkish Airlines naar Istanbul en kregen aan boord een kleine lunch. Er is indertijd nogal wat trammelant geweest met Turkse vliegtuigen als prijsvechters, met verbod aan de grond e.d. maar dit was een goede maatschappij. De airco vond ik erg droog, waarschijnlijk ingesteld op woestijntemperaturen? Eén van onze medereizigers kreeg op het immense vlieghavengebouw van Istanbul ook problemen, maar voldoende hulp was aanwezig. Wat hebben we gigantische einden in dat gebouw moeten lopen en 3x (jawel 3x) moest de handbagage door de scanner en je persoonlijke bezittingen in een bakje, zoals horloge, beurs, sleutels etc. Vergat even mijn riem met metalen gesp en jawel door het poortje lopend weer die smerige pieptoon. Een geheim wapen zat in die gesp verborgen!. Daar word je wel wat flauw van, maar is beter dan helemaal geen controle. Het oponthoud viel verder wel mee, afgezien van einden sjouwen. Op het traject Istanbul-Amsterdam werden wij ten tweede male gevoederd, maar in onze hotels was het wel smakelijker, dan dat magnetronvoer in de vliegtuigen! Maar de aankomst was ook redelijk op tijd, alleen jammer dat we wel een uur moesten wachten voor de koffers van de lopende band gepakt konden worden. Toen ieder z’n spulletjes verzameld had, gingen we naar een speciale uitgang voor afhaalbussen c.q. taxi’s. Via een mobieltje was de chauffeur die ons met de bus naar H’rijp zou brengen al opgepiept, want het is een groot parkeerterrein daar op Schiphol. Weldra zaten wij met een prettig gevoel in de bus: SoW kerkelijk en ook in natura! Samen uit, samen thuis, waar we de Here wel voor mogen danken.
Tegen 19.30 uur arriveerden wij bij ‘De Hof’ waar het ontvangstcomité klaar stond, zoals eerder genoemd (klein)kinderen, vrienden enz. Heen werd ik vanaf B.S. naar ‘De Hof’ gebracht door ouderling-medereiziger Klaas Bouma, terug bood Fetze Postma mij een lift aan; hij wilde met zijn vrouw even naar moeder/schoonmoeder zich afmelden en zo kwam ik ook comfortabel thuis. Het was een fantastische reis en de paar dagen in M.C.L. vanwege problemen met ademen heb ik er graag voor over gehad. Alle lof aan de organisatoren en medereizigers, die een ouwe vent van Bennema State er doorgesleept hebben!
Jelle Boeijenga
†