Downunder West Australie door David Nieuwenhuis
In juni 2005 ben ik met mijn vrouw Liane op vakantie geweest naar Australië. Van vele bewoners kreeg ik vragen over mijn vakantie. Toen Johan mij vroeg om hierover eens wat te schrijven voor het “BennemaNijs” vond ik dat direct een leuk idee.
Australië is groot. Erg groot. Van oost naar west meet het 4.000 km en van noord naar zuid 3.200 km. Een rondje langs de kust is 36.735 km! Het is dus niet mogelijk om tijdens je vakantie ‘heel’ Australië te zien. Wij hebben gekozen om de westkust te bekijken en dan nog kun je lang niet alles zien vanwege de afstanden. Keuzes maken dus! De seizoenen zijn tegengesteld aan onze seizoenen. Toen wij er in juni waren, was het winter. In totaal wonen in WA nog geen twee miljoen inwoners. Hiervan woont 1,4 miljoen in Perth. De rest is over WA verdeeld.

Op 28 mei zijn we met onze rugzakken en tickets in het vliegtuig gestapt. Toen we na een vlucht van 18 uur aankwamen in Perth, de hoofdstad van west Australië, was het 25 graden. In 2002 hebben we samen twee maanden in oost en midden Australië gereisd. Het voelde nu dan ook wel een beetje als ‘thuiskomen’.
In Perth hebben we overnacht in een hostel. Dit is een jeugdherberg met gedeelde faciliteiten. Na een hele dag in het vliegtuig te hebben stil gezeten, zijn we op onze eerste dag Perth per mountainbike gaan verkennen. We zijn in totaal drie dagen in Perth geweest en hebben naast het fietsen ook nog de botanische tuinen bezocht en enkele musea. Verder veel gewandeld, beetje gewinkeld en lekker gegeten.
Met een binnenlandse vlucht vliegen we naar het noordwesten van Australië. Naar een gebied dat ik al heel lang op mijn verlanglijstje heb staan: The Kimberley! The Kimberley kent twee seizoenen, het natte en droge seizoen. Tussen april en september is het droge seizoen. De temperatuur varieert dan van 20 tot 30 graden. Vanaf oktober begint het natte seizoen en de temperaturen lopen dan snel op naar ongeveer 40 graden.
In Broome, een oud parelvisserstadje, hebben we onze tent opgezet. Een gouden plekje met uitzicht op het strand en de zee. Na een paar dagen luieren hebben we een terreinwagen gehuurd en verlaten we de bewoonde wereld. We gaan op weg naar een gebied waar geen radio en telefoon ontvangst is. Maar vooral mooie ongerepte natuur en wilde dieren. We hebben inNederland een route uitgestippeld die ons helemaal door het gebied heen leidt. Hierbij rijden we de eerste duizend kilometer over geasfalteerde wegen.
Daarna begint het echte werk, dirt road (onverharde weg)! We hebben veel water en proviand in geslagen omdat we tijdens onze vakantie regelmatig in het wild kamperen.
We hebben veel mooie dingen meegemaakt waarvan ik er een aantal beschrijf:
Onze eerste nacht in de ‘wilde’ natuur is geweldig. Samen met onze Australische ‘buren’ kijken we naar een video met behulp van een aggregaat. Ondertussen worden we voorzien van wijn, bier, port en popcorn. Net voor het slapen gaan krijgen we nog koffie en thee. Als afsluiting slapen we onder een prachtige sterrenhemel en worden we de volgende morgen gewekt door een concert van vogels. In het nationale park Purnululu (aboriginal voor zandsteen) verblijven we twee nachten. Het park is beter bekend onder de naam Bungle Bungle en is 3.000km2 groot. Hier bevinden zich een aantal zandsteen-formaties die een zeer bijzonder uiterlijk hebben. Ze hebben door erosie ronde vormen gekregen en zijn zwart/bruin gestreept. De rotsen zijn pas in 1980 ontdekt.
We hebben hier twee mooie wandelingen gemaakt en hebben onze eerste kangaroes in het wild gezien.
Na duizend kilometer komen we enigszins weer in de bewoonde wereld terecht, Hier vinden we een mooie camping aan een lagune. Eindelijk zwemmen in het zwembad. In de lagune kan het niet want daarin zitten krokodillen! Net als in het meeste water in The Kimberley. We ontmoeten ook hier weer erg vriendelijke Australiërs en hebben samen een gezellige avond. Het enige nadeel van deze camping zijn de muggen. Ik wordt in totaal 37 keer gestoken. Voor kikkers is het wel een paradijs, de binnentent zit er vol mee. We moeten de volgende dag zeer zorgvuldig de tent opruimen.
De Gibb River Road. Hier heb ik mij erg op verheugd! Deze onverharde weg is vroeger gelegd als ‘vlees route’ om vee van en naar de cattle stations (veebedrijven) te vervoeren. De weg is ongeveer 700km lang. De weg wordt nu gebruikt om de mensen die er wonen te bevoorraden en trekt toeristen. We rijden soms uren zonder dat we ook maar een auto tegenkomen. Het geluk is met ons en we krijgen geen lekke band of iets dergelijks. In het natte seizoen is de weg vaak afgesloten omdat de weg dan onbegaanbaar is geworden door de regen. Wij kunnen de weg berijden al moeten we een aantal malen wel rivieren oversteken met de auto. De weg gaat door een prachtig landschap. Soms bossen, dan weer kale vlaktes. In Windjana Gorge National Park staan we op een prachtige camping. In de rivier die door de rotsen loopt zien we vele krokodillen. Wij maken ons drukker om hen dan zij om ons. De krokodillen liggen op 10 meter afstand lekker te zonnen.
Na ongeveer tien dagen zijn we terug in Broome. Hier ruilen we onze terreinwagen om voor een gewone auto. We laten Broome direct weer achter ons en rijden richting het zuiden. We gaan op weg naar Cape Range Nationaal Park, ongeveer 1.300km van Broome. Het park ligt aan de kust en heeft vele mooie stranden, een azuur blauwe zee en wilde dieren. We kunnen onze tent op één van de kleine kampeerplaatsen opzetten en hebben een prachtig plekje, direct achter de duinen! We zien hier onder andere een perentie (soort varaan) van 1,50 meter, een echidna (een grote egel van ongeveer 50 cm.), rode kangaroes en roofvogels.
Op een morgen maak ik een foto van onze Australische buurman omdat hij een vis heeft gevangen. ’s Avonds staat hij plotseling voor onze eus met twee gebakken visfilets. En een colafles met zelfgebrouwen bier. “Voor jullie”, zegt hij.
Op de terugweg naar Broome vergeten we een keer te tanken. En dan zitten we toch niet zo rustig in de auto als je bedenkt dat er soms pas na 300km een benzine tankstation is. Gelukkig blijkt er meer benzine in de tank te zitten dan we denken. We hoeven niet te lopen! We hebben tijdens onze reis al twee maal dezelfde fietser getroffen. En nu we hem voor de derde keer tegenkomen besluiten we een praatje met hem te gaan maken. Hij fietst van Darwin naar Perth. Dan heb je het al gauw over ruim 4.300km.
Tja, en dan komt het moment waarop je weer terug moet naar huis. We hebben de luxe dat we heerlijk vier weken hebben kunnen reizen in Australië. Maar toch is het einde van de vakantie altijd te snel in zicht. We hebben veel gezien en meegemaakt. En ook genoeg gehoord om nogmaals terug te gaan. Dat is een mooi vooruitzicht!

David Nieuwenhuis