Bennema Buiten
Impressies rondom Bennema State en andere observaties door Jaap Meijer.
Zoals een schilder van impressionistische schilderijen losjes met de kwast enkele toetsen kleur op het doek aanbrengt en zo zijn interpretatie van het landschap weergeeft zo schets Jaap Meijer met zorgvuldig uitgekozen woorden trefzeker de sfeer die de tuin rondom en het bos achter Bennema State inclusief het verder gelegen landschap bij hem oproept. Door de ogen van Jaap Meijer beleef je als het ware het landschap waarin hij kijkt en vervolgens noteert wat hem daarin opvalt.
In de rubriek Bennema Buiten zijn bijna alle bos- tuin- en landschapsimpressies verzameld die Jaap Meijer rondom Bennema State en verdere omgeving ziet en beleeft.
Johan de Jong
Het zal tijdens één van die heerlijke na zomerse dagen, zo’n veertien dagen geleden, geweest zijn dat er zomaar, plotseling een prachtig paddenstoelpaar verschenen was tegen de muur bij de lift naar kleinschalig wonen.
Tegen elkaar geleund stond daar een geschubd inkt paddenstoelenpaar, hij wat groter dan zij. Een kleur zo prachtig, zo mooi wit als van geslagen slagroom, om in te bijten.
Ik heb er niet in gebeten, want ik wist over een paar dagen is het slagroomwit, een zwarte slijmerige massa. Een inktzwam!
Toevallig waren wij afgelopen woensdag weer in het bos en in het gras bij de deur naast de lift stonden verscheidene inktzwammen en de één wat meer vergaan dan de ander, maar ook nog verscheidene die nog helemaal moesten groeien. En die al volop boven de grond waren.
Alleen die waren niet slagroomwit en niet geschubd. Dit is de kale inktzwam, ook veel kleiner dan de geschubde, maar wel mooi om een groepje boven de grond te zien komen.
Hij is niet giftig en eetbaar in het allereerste stadium. Het kan gegeten worden, maar is op het randje van tot inkt te vergaan. En lokt niet erg uit om tot plakjes te snijden en te stoven.
Ik niet, geef mij maar cantharellen alleen levert dit bos ze niet.
Hoe mooi dit bos dan ook is, dit is een onverwacht gebrek. Daarover een volgende keer.
Jaap Meijer, J 2 nr. 61
Nogmaals: Eenden en eikels.
Sake de Vries, die wist wel hoe het zat met die eenden en die eikels: “Ús heit hat 45 jier yn it bosk op Swartewegsein wurke. En dy sei it altyd al: wêr ’t se wei komme jo wite it net, mar at de ikels d’r binne, dan binne de einen der ek“. En daarmee lijkt het raadsel opgelost: Zodra de eikels er zijn, dan zijn de eenden er ook in grote getale, ook in het bos van Bennema dus.
Ja, dat geloven we nu wel, maar dan komt ook de volgende vraag aan de orde: hoe weten ze het van elkaar? Voor de bijen is die communicatie geen probleem. Wanneer een bij een drachtbron heeft ontdekt, dan maakt hij het de andere bijen duidelijk met behulp van de stand van de zon. Voor de andere bijen is het dan duidelijk en dan vliegen ze erop los. Maar hoe doen eenden dat? Ik denk dat dat nog nooit wetenschappelijk is onderzocht. Wie weet dat we dat nog eens te lezen krijgen.
Jaap Meijer Z2 nr. 60
P.S. Sake de Vries is de trouwe begeleider van zijn moeder hier in huis en als zodanig ook haast een vaste bewoner van Bennema.
Eenden en eikels ?
Vrijdag 30 september, tijdens het “noflik oerke”, had ik het geluk op een stoel tegenover het grote raam in het restaurant terecht te komen. Daardoor had ik een prettig, royaal uitzicht had op het bos. Niet dat er wat bijzonders was, alles stond er nog volop zomers groen bij: de essen en de esdoorns, de eiken en de beuken, de elzen en de wilgen.
Bijzonder was wel dat een mannetjes-koolmees een nestkast ging inspecteren. Nog niet voor het voorjaar, dan moet de winter eerst voorbij zijn. Hij had een ander doel voor ogen: een winters nachtverblijf. Het is immers heel wat nofliker om je pootjes op nestmateriaal te laten drukken dan met je tenen een takje te omklemmen. En bij storm en regenachtige nachten had hij een dak boven zijn hoofd. Verder was er niks dierlijks te zien, of het moest een lichtkleurige eend zijn, die ik uit het donkere kreupelhout zag opstijgen.
Ja, het zat daar best in het restaurant met een kuipje ijs (met extra slagroom) en een glas fris. Ik merkte de eend nog wel even op, maar het ontlokte me maar weinig woorden. Tot er even later wel 20 lichtgekleurde en wat grotere eenden opstegen onder de reusachtige eik vandaan. En ik vroeg me af: wat déden die daar ? Het eerste waar je aan denkt is: aten die daar soms eikels op ? Kan dat ? Een eendensoort die eikels eet ?
Ik zou het niet weten, maar misschien is er een lezer of lezeres, die er wel eens van heeft gehoord.
Dan hoor ik het ook graag !
Jaap Meijer, Z 2 nr.59

Wie toevallig donderdagmorgen 15 september ongeveer 9 uur bij Bennema State moest zijn zal zich bij de ingang de ogen wel uit het hoofd gekeken hebben: Een drukte van belang. Geen wonder, want zo’n twee en dertig bewoners stonden op het punt van vertrekken voor een bijzonder reisje. Het gezelschap moest in twee busjes een plaatsje vinden en dan moesten begeleiders, rolstoelen en rollators ook nog mee. Maar de leiding had op alles gerekend. Niet alleen stonden er twee busjes klaar, maar ook Bennema’s eigen aanhangwagen werd aangehaakt voor het rollend materieel. Alles ingeladen en daar ging het!
Het Drachtsterplein in Leeuwarden was een doolhof van gele strepen geworden en het plantsoen was veranderd in stukjes asfalt. Maar het leek of Carel Acda er al vaker geweest was want zonder aarzeling belandden we via de Harinxmabrug op de oude Overijsselse Straatweg in de richting van Sneek. Maar wie mocht denken: de Pampuskade –de bestemming van de busrit-, hoe vind ik die? Wel, er bleken in ons busje toch mensen te zitten, die het wisten.
Door een stukje Sneker nieuwbouwwijk stonden we even later naast de boot “De Waterpoort” met twee dekken en een lift en kon iedereen daar maar een plekje uitzoeken voor een mooie rondvaart. Kinderen in eenpersoonskano’s zwermden rond de boot en de glazen opbouw bood een mooi zicht op de spelevarende jeugd in het nazomerzonnetje.
Wij voeren door de Houkesloot in de richting van het Sneekermeer en zagen toen pas hoe groot het eigenlijk was. Wat moeten het Heegermeer, de Fluessen en de Morra gezamenlijk dan een stuk water zijn. Haast om bang van te worden! Maar daar kwamen wij niet terecht, wij voeren de andere kant op: Terhorne met zijn grote sluis en remmingwerken was eerst aan de beurt tot al gauw ook de buitenwijken van Grou in zicht kwamen.
Goed en wel waren wij daar afgemeerd of een bestelautootje stopte naast de boot. De catering uit Scharnegoutum bracht een diner van vier gangen aan boord met vier soorten groente, een schnitzel en tenslotte nog twee toetjes. Er viel niets te klagen, alleen te genieten! Ook van het hemelse weer dat door het zonnetje nog de nodige kleur kreeg. Zelfs het riet langs de oevers boog diep voor ons. De terugtocht leidde grotendeels langs de wateren van de heenreis inclusief de enorme vrachtschepen, waarop lengte en breedte vaak vermeld stonden, wat ons leerde dat 100 m een heel gewone lengte voor zon vrachtschip was.
Wij kwamen zonder moeite prachtig op tijd weer in Sneek aan. Dat de busjes al weer klaar stonden hoef ik niet te vermelden. Wel nog even een aardige bijzonderheid in de natuur: Op het Sneekermeer waren aalscholvers en andere watervogels, zoals een zilvermeeuw, maar eenmaal vliegend naast ons schip wel zo groot als een mantelmeeuw. De aalscholvers presteerden het om steeds vliegend onze boot in te halen, na een duik onder water. Dan kwamen ze uit het zicht ergens weer boven om dan ons schip weer in te halen om opnieuw in het water te duiken. Blijkbaar doet de werveling van het water de vissen hun koers en snelheid verliezen, zodat de aalscholvers het makkelijker hadden om rond de boot een visje te pakken. Nou dat was ze gegund, want wat hadden wij een mooie dag gehad, met een extra woordje van dank voor Jellie en Petra, de chauffeur van Bennema’s busje. En een dikke extra dankzegging aan de plaatselijke Rabobank en de Stichting Vrienden van Bennema State. Zonder de steun van die twee sponsors hadden we nooit van zo’n feestelijk dag kunnen genieten.
En tenslotte natuurlijk ook nog een woord van dank voor de mensen, die er ambtshalve moesten zijn om dan af te sluiten een dikke DANK U WEL!
Afgelopen zaterdag 27 augustus was ik op de Schierstins in Veenwouden ter gelegenheid van de opening van een tentoonstelling van keramiek, o.a. van mijn schoondochter. Na het praatje over de Schierstins werd de tentoonstelling “Aarde, water en vuur “ geopend verklaard. Het was er allemaal keramiek: klei met wat water in allerlei vormen, dat daarna gebakken wordt.
Daarna werd mijn rolstoel nog even een schelpenpaadje rond de stins op geduwd. En wat zag ik daar ? Het hele erf vol herfsttijlozen! Grote heel lichtpaarse bloemen die er net zo uitzien als krokussen, maar dan zeker drie keer zo groot. En ik op dat moment miste ik ze hier op Bennema. In het bos, daar horen ze eigenlijk en dan komen ze ieder jaar vanzelf weer op. Niet in het voorjaar zoals de krokussen, maar in het vroege najaar.
De knol in de grond heeft de omvang van een middelmatig grote aardappel, maar dan wit. In de vensterbank willen ze ook wel bloeien, maar als ze dan zijn uitgebloeid kun je ze weggooien.
Stel we hadden 100 euro en we konden ze kopen, dan zouden we ze het hele jaar kunnen zien bloeien, want ze worden ook wel “droogbloeiers” genoemd. Van Beusekom, de vroegere tuinwinkel aan de Tuinen in Leeuwarden, had ze ieder jaar in de etalage en daar stonden ze dan “droog” te bloeien. Maar ik zou nadat Van Beusekom vertrokken was niet weten hoe ik er aan moest komen. Weet u misschien een adres ? Dan hoor ik het graag ! Wie weet hoe een koe een haas vangt…….
Jaap Meier.
